De laatste Romeinen in Aardenburg

Aardenburg. Een kleine stad 30 kilometer ten noordoosten van Oudenburg met een vergelijkbare Romeinse geschiedenis. Net als in Oudenburg deden het stratenplan en de plaatsnaam al vermoeden dat hier de resten van een burcht konden worden verwacht.

 Geografische positionering van Aardenburg. © D. de Ruijsscher

Hier waren het lokale amateurarcheoloog Jan van Hinte en provinciaal archeoloog Jan Trimpe Burger die begonnen met het eerste graafwerk.

Zusterforten

In 1955, ongeveer in dezelfde periode als in Oudenburg, startten de eerste echte opgravingscampagnes. Deze onderzoeken werden georganiseerd door de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (tegenwoordig de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), een overheidsdienst die zich bezighoudt met archeologie.

Daarna volgden nog vele opgravingen. Tijdens bijna de hele tweede helft van de 20e eeuw kregen de Aardenburgers regelmatig bezoek van archeologen uit binnen- en buitenland.

Zowel in het centrum van Aardenburg als daarbuiten hebben archeologen duidelijke sporen van Romeinse bewoning gevonden. In het begin van de jaren 1960 werd bijvoorbeeld gegraven op een terrein aan de Sint Bavostraat, waar een nieuwe gymzaal zou worden gebouwd. Daarbij ontdekten archeologen de resten van een groot stenen gebouw met een vierkante plattegrond. De vorm en indeling van het gebouw lijken sterk op die van een militair hoofdgebouw in een Romeins fort.

 Overzichtskaart van het de opgravingen die door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in het centrum van Aardenburg zijn uitgevoerd. © D. de Ruijsscher 2024

Ruim tien jaar later werden opnieuw belangrijke vondsten gedaan. Bij voorbereidingen voor de bouw van een nieuwe basisschool aan de Burchtstraat kwamen de resten van een stenen vestingmuur aan het licht. Deze muur had een ronde hoektoren, een tussentoren en een poortgebouw met twee ronde torens ernaast. Buiten de muur lag ook een diepe, spitsvormige verdedigingsgracht. Daarmee was het bewijs geleverd: ook in Aardenburg had ooit een ommuurde Romeinse versterking gestaan!

 Overzichtskaart van de belangrijkste sporen behorend tot de laatste fase van het Romeinse fort in Aardenburg. © D. de Ruijsscher 2024

Het einde van de militaire bezetting

Het einde van de militaire bezetting in Aardenburg valt momenteel nog niet scherp te dateren. In Aardenburg zijn er nagenoeg geen vondsten aangetroffen uit de 4e en vroege 5e eeuw na Chr., die in Oudenburg wél talrijk aanwezig zijn. Ook bij de munten is een duidelijke terugval te zien na het einde van het Gallische keizerrijk in 274 na Chr. Een groot aantal imitaties van de muntslag van de Gallische tegenkeizers kan echter wel een aanwijzing zijn voor het doorlopen van activiteiten tot het einde van de 3e eeuw na Chr.

De huidige resultaten van het archeologisch onderzoek staan ons nog niet toe om met zekerheid te zeggen waarom het fort van Aardenburg werd verlaten. Omdat ook het fort van Oudenburg rond dezelfde tijd zijn militaire bezetting verloor, ligt een militaire ingreep of een besluit van hogerhand voor de hand. De periode na de val van het Gallische keizerrijk was in elk geval onrustig. De macht werd opnieuw overgenomen door de legitieme keizers uit het Mediterrane gebied en het rijk kreeg te maken met nieuwe invallen van buitenaf. Het is aannemelijk dat de garnizoenen van beide forten deze turbulente omstandigheden duidelijk hebben ondervonden.

De opgravingen stonden onder leiding van provinciaal archeoloog Jan Trimpe Burger. Zelf kon hij de resultaten van het onderzoek niet volledig uitwerken en publiceren. Pas later bestudeerde een team onder leiding van Robert van Dierendonck en Wouter Vos een deel van de oude opgravingsgegevens opnieuw. Hun onderzoek werd in 2013 gepubliceerd in een rapport.

Uit dit onderzoek bleek dat in Aardenburg een fort voor hulptroepen had gelegen. Waarschijnlijk werd het tegelijk gebouwd met het fort van Oudenburg, in de late 2e eeuw na Chr. Beide forten lagen op een vergelijkbare plek in het landschap, aan de rand van de kustvlakte. Net als in Oudenburg was het fort eerst gebouwd met hout en aarde. Rond het jaar 260 na Chr. werd het versterkt met stenen muren en een brede gracht. Aan het einde van de 3e eeuw kwam ook in Aardenburg een einde aan de militaire bezetting van het fort. Tot dat moment lijkt de geschiedenis van deze twee zusterforten grotendeels parallel te verlopen.

 Reconstructiekaart van het landschap rondom het Romeinse fort van Aardenburg omstreeks de late 3e eeuw na Chr. © D. de Ruijsscher 2024

De vernatting van het landschap

Tot het einde van de 3e eeuw na Chr. verliep de geschiedenis van Aardenburg en Oudenburg bijna hetzelfde. Maar vanaf de 4e eeuw verandert dat. In Oudenburg werd het fort opnieuw door soldaten bezet, terwijl dat in Aardenburg niet gebeurde. Vanuit militair oogpunt lijkt dat vreemd. Waarom zou men het ene fort opnieuw gebruiken en het andere niet? Waarschijnlijk speelden er andere redenen om geen troepen meer naar Aardenburg te sturen.

De meest waarschijnlijke verklaring heeft te maken met veranderingen in het landschap. Al sinds de bouw van de forten hadden beide plaatsen te maken met een stijgende zeespiegel en een steeds nattere omgeving. In de 4e en 5e eeuw werd de invloed van de zee nog sterker. Bij hoog water kwamen de toegangswegen naar het fort van Aardenburg zelfs helemaal onder water te staan. De grachten rond het fort werden door de werking van het getij breder en veranderden in kreken.

Hoewel de muren van het fort nog overeind stonden, werd Aardenburg steeds moeilijker bereikbaar. Bovendien werd het omliggende land zouter door het zeewater. Daardoor werd de plek waarschijnlijk minder geschikt en minder belangrijk voor het leger.

 Reconstructiekaart van het landschap rondom het Romeinse fort van Aardenburg omstreeks de vroege 5e eeuw na Chr. © D. de Ruijsscher 2024

Munten als aanwijzing voor activiteiten?

Typisch laat-Romeins aardewerk ontbreekt dus bijna volledig in Aardenburg. Toch zijn er wel 26 bronzen Romeinse munten uit de 4e eeuw gevonden. Dat is, na Oudenburg, de grootste hoeveelheid munten uit deze periode in de hele regio.

Niet al deze munten hoeven echter al in de 4e eeuw in Aardenburg terecht te zijn gekomen. Soms worden laat-Romeinse munten namelijk ook teruggevonden in vroegmiddeleeuwse graven, waar ze later zijn meegegeven als grafgift.

Toch is het aantal munten in Aardenburg opvallend hoog. Daarom denken onderzoekers dat dit waarschijnlijk een aanwijzing is dat er in de laat-Romeinse tijd nog wel enige activiteiten plaatsvonden in of rond de oude fortplaats.

 Verspreidingskaart van de 4e- en 5e- eeuwse munten in de civitates van de Menapii en Nervii. © J. Van Heesch 1998

De laatste Romeinen in Aardenburg

Zoals ook uit het verhaal van Oudenburg blijkt, werd het begraven van doden steeds gebruikelijker in de laat-Romeinse tijd, in tegenstelling tot het cremeren. In Aardenburg zijn tot nu toe nog geen echte begraafplaatsen opgegraven. Wel zijn er enkele menselijke skeletten gevonden die binnen het Romeinse fort waren begraven. Onderzoekers van de Universiteit Gent hebben deze skeletten onlangs opnieuw bestudeerd.

Het bekendste skelet uit Aardenburg is ‘Brammetje’, het hurkgraf (begraving in gehurkte positie) dat vandaag te zien is in het Museum Cultuurforum Aardenburg. Dit skelet werd gevonden tijdens een opgraving in 1967, in de zuidwestelijke hoek van het fort (het zogenoemde perceel Van der Hooft). Lange tijd dacht men dat het om een Germaanse krijger ging die mogelijk betrokken was bij een aanval op het Romeinse fort. Een radiokoolstofdatering heeft echter aangetoond dat het om een man uit de vroege middeleeuwen gaat.

Naast dit hurkgraf werden ook losse menselijke beenderen gevonden, die mogelijk van één volwassen persoon afkomstig zijn. Eén bot is met radiokoolstof onderzocht en blijkt te dateren uit een periode tussen de tweede helft van de 3e eeuw en het begin van de 5e eeuw na Chr.

Ongeveer tien meter verder naar het zuiden, aan de binnenkant van de vestingmuur en aan de voet van de aarden wal, werden drie skeletten gevonden waarvan de leeftijd geschat wordt op 15 tot 20 jaar, 17 tot 25 jaar en 25 tot 35 jaar. Uit een radiokoolstofdatering van één van deze skeletten bleek dat deze persoon leefde tussen de tweede helft van de 3e eeuw en de eerste helft van de 4e eeuw na Chr.

Het was in de Romeinse tijd echter ongebruikelijk om mensen binnen de muren van een fort te begraven, zeker zolang er nog soldaten waren gestationeerd. Daarom denken onderzoekers dat deze graven dateren uit de periode waarin het fort net verlaten werd, of misschien al een tijdje leeg stond.

Wie deze mensen precies waren en waarom ze binnen het fort begraven zijn, blijft voorlopig giswerk. Er werden namelijk geen grafgiften gevonden die meer informatie konden geven. Wellicht waren dit wel de laatste Romeinen die nog in Aardenburg verbleven.

< Previous page Next page >